Westerkerk te Kampen

Nadat de Westerkerk in 1930 voltooid was, werd het orgel uit de voormalige Hagenpoortkerk overgeplaatst in de Westerkerk. Het was gebouwd door Proper en telde op dat moment 7 stemmen op 1 klavier en aangehangen pedaal. Het was te klein voor de kerk, naast het orgel werd een trompettist ingezet om de gemeentezang te leiden. In 1940 werd met gebruikmaking van het pijpwerk een nieuw groter orgel gebouwd door Van Leeuwen met twee klavieren en 19 stemmen. In 1977 werd door de firma Fonteyn een nieuw orgel gebouwd waarin diverse registers uit het oude orgel een plaats kregen. Aan zowel de klank als de uiterlijke vormgeving is af te lezen dat de voornaamste inspiratie het Noordduitse Barokorgel is geweest, zij het in een eigentijdse interpretatie die duidelijk op Neobarokke principes stoelt. Maar ook is aan verschillende zaken te zien dat Fonteyn enkele jaren daarvoor betrokken is geweest bij de bouw van het zg. Couperin-orgel in de aula van de Vrije Universiteit in Amsterdam, een orgel dat geinspireerd is door de Franse Barokorgels. Het orgel telt 20 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en pedaal. Het onderste klavier is een koppelklavier, waarop hoofdwerk en rugwerk gelijktijdig bespeeld worden, hierdoor is een klavierkoppel overbodig. In de jaren '90 is de Fluit 4' van het Hoofdwerk vervangen door een open exemplaar en is de Schalmei 4' van het pedaal vervangen door een Octaaf 4'. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door de firma Kaat & Tijhuis, die op verzoek van de vorige organist Jan Zwanepol tevens de stemming heeft veranderd in een licht ongelijkzwevende stemming.


Op dit moment worden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan het orgel. De pedaalladen worden lager in de orgelkas aangebracht, zodat het pedaal gestemd kan worden vanaf de galerijvloer. Tot nu toe moest het pedaal vanaf een ladder worden gestemd direct achter de borstwering, een te risicovolle situatie. De koppen van de tongwerken, die ernstig geoxideerd zijn, worden vervangen. Ook wordt achterstallig onderhoud weggewerkt en wordt opnieuw de evenredig zwevende stemming ingevoerd. De Trompet van het Hoofdwerk en de Fagot van het Pedaal worden opnieuw geintoneerd, waarbij de Fagotbekers verlengd worden. De werkzaamheden worden uitgevoerd door Hendriksen en Reitsma orgelbouw.
De dispositie is als volgt:


Manuaal (II):

Rugpositief (III):

Pedaal:

Prestant*
Holpijp*
Octaaf*
Fluit
Octaaf*
Mixtuur
Trompet

*(gedeeltelijk) uit vorige orgel

8'
8'
4'
4'
2'
4 st
8'

Roerfluyt
Praestant
Gedekte fluyt
Nasard
Praestant
Blockfluyt
Terts
Scherp
Kromhoorn
Tremblant

8'
4'
4'
2 2/3'
2'
2'
1 3/5'
3 st
8'

Subbas*
Octaaf
Octaaf
Fagot

Koppelingen:

Pedaal-Manuaal
Pedaal-Rugpositief

16'
8'
4'
16'

De Prestant 8' Hoofdwerk, Prestant 4' Rugwerk en Prestant 2' Rugwerk zijn vanaf f klein octaaf dubbelkorig.

Samenstelling vulstemmen:

Mixtuur Manuaal:
C: 1 1/3 - 1 - 2/3 - 1/2
c: 2 - 1 1/3 - 1 - 2/3
c': 2 2/3 - 2 - 1 1/3 - 1
c'': 4 - 2 2/3 - 2 - 1 1/3

Scherp Rugpositief:
C: 1 - 2/3 - 1/2
g: 1 1/3 - 1 - 2/3
g': 2 - 1 1/3 - 1
g'': 2 2/3 - 2 - 1 1/3